Interview met Silvia Semana

Met veel ervaringen op zowel internationale als lokale scholen heeft Silvia ontzettend veel ervaring in het geven van wiskundeles in verschillende regio’s. Vorige week mochten we Silvia bevragen over al haar ervaringen. Wij danken haar dan ook graag voor het leuke gesprek!

Wanneer besloot je om wiskundedocent te worden?

Ik was eigenlijk nog maar een klein meisje toen ik die keuze maakte. Eigenlijk heb ik altijd van wiskunde gehouden. Sinds de basisschool zei ik al dat ik later wiskunde leraar wilde worden. En over de jaren heen is dit eigenlijk niet veranderd. Zelfs één van mijn jongere broertjes en zusjes is ook wiskundedocent geworden. Het zit dus ook wel in de familie.

Op hoeveel scholen heb je tot nu toe gewerkt?

Nou, toch wel een aantal. In Nederland werk ik momenteel op het ISH in Den Haag. Daarvoor heb ik op verschillende soorten scholen in Parijs, Dubai, Londen en in Portugal gewerkt. In totaal heb ik op zo’n 9 à 10 scholen gewerkt. Dus ik heb redelijk wat ervaringen opgedaan over de jaren heen.

Wat is het leukste van het werken op een internationale school?

Voor mij is er zeker wel een verschil tussen het werken op een internationale en een lokale school. Wat ik persoonlijk erg leuk vind aan internationale scholen is de diversiteit aan leerlingen. Je hebt al gauw te maken met zo’n honderd verschillende nationaliteiten. Daar moet je natuurlijk wel voor open staan, maar je leert wel erg veel van de verschillende culturen en perspectieven die de leerlingen hebben. Daarnaast vind ik het IB programma ook erg leuk omdat het heel erg gericht is op onderzoekend lesgeven en leren.

Ik wil graag dat mijn studenten het proces van ontdekking ervaren. Dus wanneer ik een nieuw wiskunde onderwerp introduceer, of een bepaalde situatie of taak, dan vraag ik de leerlingen om het onderwerp zelf te ontdekken met de middelen die beschikbaar zijn. Zij onderzoeken vervolgens het onderwerp en van daaruit komen ze met een eigen strategie voor het vinden van de oplossing. Ze formuleren daarna wat de formele methode zou zijn om een vraag aan te pakken.

Wat is je mooiste herinnering als wiskundedocent?

Het beste gevoel krijg je wanneer je weet dat je een impact hebt op de leerlingen in de klas, dat je een verschil voor ze maakt. Ik heb eigenlijk twee situaties waar ik mooie herinneringen aan heb.

Het geeft me aan de ene kant heel veel voldoening om aan oudere leerlingen les te geven. Dit komt omdat ik bij deze leerlingen echt het gevoel heb dat ik mijn kennis aan ze kan overdragen. Ik merk dat ze mijn manier van uitleggen heel fijn vinden. Als je dan ziet dat leerlingen echt sprongen vooruit maken en ze jouw waarde herkennen, dat geeft heel veel voldoening.

Aan de andere kant denk ik dat het lesgeven aan jongere leerlingen echt een andere aanpak vergt, die mijn persoonlijkheid normaal gesproken wat minder ligt. Het gaat dan meer om het opbouwen van een band zodat leerlingen voor je gaan werken. Als het me dan toch lukt om zo’n sterke band op te bouwen dan is dat natuurlijk geweldig!

Als je NumWorks in één woord zou moeten beschrijven, wat zou dat zijn?

Persoonlijk vind ik de rol van technologie in de klas heel erg belangrijk, zeker nu we deze lange periode op afstand of in hybride vorm les hebben gegeven. Dit kan gaan over grafische rekenmachines of over andere soorten softwares. Maar het belangrijke is dat leerlingen bepaalde situaties leren ontdekken, een eigen plan maken en vervolgens zelf dit plan testen. En in die zin is NumWorks een heel fijn instrument!

Één woord is wel heel moeilijk maar ik zou toch zeggen intuïtief, want het is erg makkelijk om de rekenmachine te gebruiken. Ik was echt positief verrast met de manier waarop de rekenmachine werkt en hoe makkelijk het is om er zelfstandig mee te werken, vooral vanuit het perspectief van een leerling.