Interview met Ton Groeneveld

Ton Groeneveld maakte recent een uurtje vrij om onze vragen te beantwoorden. En dat uurtje was lang niet genoeg! Hij beschreef de lengte van zijn carrière als wiskundedocent zelf als zijnde “geschiedenis”. Nou, wij zouden dit geschiedenisboek graag eens verder lezen en danken Ton graag voor het interessante gesprek.

Hoe lang bent u al wiskunde docent?

Tsja… Dat is geschiedenis hoor… Vanaf mijn veertigste ben ik wiskundedocent, en ik ben nu 64 dus rond het maar af naar 25 jaar. Het is altijd een droom van mij geweest om het onderwijs in te gaan en op mijn veertigste kreeg ik de kans en ben ik gaan studeren. Beetje laat, maar ik ben overal vrij laat in. Daarvoor heb ik in de automatisering gezeten en heb een jaar of 6/7 een eigen bedrijf gehad. Op een gegeven moment was ik daar klaar mee en bedacht me dat ik er op mijn grafsteen graag een regeltje bij zou willen hebben. Soms moet je een bepaalde leeftijd bereiken om tot een bepaald inzicht te komen.

Wat is uw mooiste herinnering als docent?

Dat is niet één enkel dingetje. Na mijn studie wiskunde raakte ik als invaller aan het werk bij het Baarns Lyceum. Daar heb ik een half jaar ingevallen voor een collega, waarna ik het aanbod kreeg om Algemene Natuurwetenschappen te geven. In die tijd was dat nog een echt examenvak en dat heb ik een jaar of 6 met enorm veel plezier gedaan. Veel leuker dan wiskunde omdat het heel afwisselend was. Het ene moment was je bezig met het klimaat en het andere met astronomie. Het leuke was ook dat de behandeling geheel kwalitatief was. Ouders vroegen mij wel eens wat het doel van het vak was. Mijn antwoord was dat na de cursus leerlingen de wetenschapsbijlage van de Volkskrant goed kunnen lezen. Met name de A (alpha) georiënteerde mensen gingen mijn vak uiteindelijk leuk vinden omdat ze geen sommetjes hoefden te maken. In plaats daarvan gingen we meer voor de algemene lijnen. Een exact vak wil niet zeggen dat je meteen een sommetje moet maken. In grote lijnen kan je wel een verhaal vertellen.

U bent ook betrokken bij de WiskundE-brief?

De WiskundE-brief is opgezet door Gerard Koolstra met een andere collega en eigenlijk vanuit het niets ontstaan. In het begin stuurde hij gewoon een mailtje naar wat collega’s. Hij hield dan de nieuwste ontwikkelingen en het nieuws in de gaten en schreef dat een beetje leesbaar op voor zijn collega’s. Dat werd eigenlijk heel goed ontvangen en is zo uitgegroeid naar wat het nu is. Toen ik erbij kwam zo’n 10 jaar geleden, heb ik de hele WiskundE-brief geautomatiseerd. In het begin lag het zwaartepunt eigenlijk op “hoe maak ik de brief” en ik heb ervoor gezorgd dat het zwaartepunt weer kwam te liggen op de inhoud. Nu worden de artikeltjes gewoon in tekstbestanden geschreven en de rest gaat automatisch. Dus vandaar dat je na nummer 560 ineens een heel consistente opbouw ziet. Je kan het nu op de site ook alle WiskundE-brieven terugvinden. Dat is heel handig want je kan nu met één zoekopdracht heel nauwkeurig de ontwikkelingen van de wiskunde onderzoeken.

Op uw Linkedin pagina zagen wij dat u GeoEnzo heeft ontwikkeld?

Een jaar of tien geleden sprak ik met een collega over het nieuwe elektronische bord. Hij kwam met zijn geodriehoek aan en zei: “zo werkt dat helemaal niet joh”. Toen zei ik dat ik er wel één voor hem zou kunnen programmeren op het elektronisch bord. Dat heb ik toen gedaan. Dat was een soort eye-opener van hoe handig dat elektronisch bord eigenlijk is. Zodoende is dat uiteindelijk uitgegroeid tot een compleet stuk gereedschap voor het wiskunde onderwijs. Dat vond ik zo leuk dat ik het op een website heb gezet. In het buitenland heb ik toen wat mensen gevonden die dat in hun eigen taal konden vertalen, en nu wordt het in zeven talen gedownload. En het is gratis, dus dat is niet duur.

Als u één tip zou moeten geven aan uw collega’s, wat zou dat zijn?

Veel collega’s zeggen vaak dat je alles uit een leerling moet halen wat erin zit. Die uitspraak hoor je natuurlijk wel vaker, maar ik zeg dan altijd: laat er alsjeblieft nog wat inzitten!

Als je mij zou vragen wat nou in wezen mijn taak in het onderwijs is dan zou ik zeggen dat het mijn taak is om leerlingen nu en in hun verdere leven zo gelukkig mogelijk te maken. En als je er nu alles uithaalt zijn ze nu in ieder geval niet gelukkig en voor de toekomst moet je het nog maar afwachten. En als je er nu niets uithaalt dan zijn ze nu misschien wel blij maar daar hebben ze in de toekomst niets aan. Daar moet je een gemiddelde in zien te vinden, je moet op zoek naar dat optimum. Je laat er iets inzitten en je haalt er iets uit. Maar zorg vooral dat de middelbare schooltijd een hele leuke en vruchtbare tijd is. Opvoeden in plaats van alleen maar kennis in de schedel te gieten.

Als u NumWorks zou moeten beschrijven in 1 woord, welk woord zou dat zijn?

Het eerste wat ik altijd probeer te doen bij een nieuwe rekenmachine is om hem aan en uit te zetten. Dat moet je eens proberen met een ander apparaat, dan ben je al een avond verder. Aanzetten lukt nog wel, maar uitzetten is een hele zoektocht. Dat typeert de NumWorks heel erg, als je op de knop drukt wanneer het apparaat uitstaat dan gaat hij aan. En als hij aanstaat en ik druk op die knop, dan gaat die uit. Tsja, dat noem ik intuïtief. Het is maar een klein dingetje maar het scheelt toch een hoop ergernis. En zo zit eigenlijk die hele NumWorks in elkaar. Als ik die machine voor mijn neus neem dan kan ik er een kwartiertje mee spelen en dan kan ik er alles mee doen wat voor de middelbare school van belang is. Dat is met die andere machines echt niet zo.

Daarom kom ik toch aan dat woordje intuïtief. Dat gaat net iets verder dan gebruiksvriendelijk. Het is een instrument dat je gebruikt voor de wiskunde, het instrument is geen doel op zich en hij werkt zoals je denkt dat ie zou werken.